06 September 2002 · Source: Bits & Chips · Download PDF

CMG, Océ en TUD krijgen 1,4 miljoen euro voor embedded project

[publication:214]

© 2002 Bits&Chips

 

René Raaijmakers

 

6 september 2002 - CMG, Océ en de TU Delft hebben bijna 1,4 miljoen euro aan subsidie in de wacht gesleept voor hun bijdrage aan het MOOSE-project. Uitkerende instantie is Senter, het agentschap van het ministerie van Economische Zaken dat verantwoordelijk is voor het uitvoeren van subsidieregelingen.

 

MOOSE, een acroniem van Software Engineering Methodologies for Embedded Systems, heeft als doel de bouw van embedded software te optimaliseren. ‘Aangezien de bestaande software-engineeringmethoden veelal generiek zijn, sluiten ze op heel veel punten niet aan bij de specifieke eisen van embedded omgevingen', aldus projectleider Rini van Solingen van CMG. ‘Een van de doelstellingen van het project is dan ook om de beschikbare methoden beter af te stemmen op de embedded vereisten. Daarnaast willen we de verschillende methoden beter integreren. Op dit moment zijn ze namelijk nauwelijks op elkaar afgestemd, waardoor er bij integratie een hoge mate van redundantie is. Uiteindelijk moet er een geïntegreerde set van methoden en technieken komen die de gehele embedded ontwikkelketen kan ondersteunen.'

 

Het MOOSE-project, dat een investering vertegenwoordigt van meer dan 20 miljoen euro, maakt deel uit van het Europese ITEA-programma. Dat is op zijn beurt weer een onderdeel van het Eureka-innovatieprogramma ter versterking en ondersteuning van marktgeoriënteerde Europese industriële R&D. ‘Door integratie kunnen we de ontwikkeltijd verkorten en daarmee de kosten van een product verlagen', legt Van Solingen uit. ‘Zo willen we de concurrentiepositie van Europese bedrijven verbeteren en een extra impuls geven aan de Europese embedded-software-industrie.'

 

Definitieve resultaten zijn te verwachten in het voorjaar van 2004, wanneer het project is afgerond. Van Solingen: ‘MOOSE heeft een looptijd van twee jaar, opgedeeld in vier stukken van elk een half jaar. In het eerste stuk, dat in maart dit jaar van start is gegaan, maken we een inventarisatie van wat er zoal is in de markt en wat er zou moeten komen. Het tweede half jaar is ingeruimd voor de definitiefase, waarin we bepalen wat we precies gaan doen. De realisatie door middel van aanpassing van bestaande producten of nieuwbouw volgt in het derde deel. Het project eindigt met de validatie van wat we hebben gerealiseerd.'

 

De deelnemers aan het MOOSE-project zijn onder te verdelen in drie categorieën: technologie-, applicatie- en exploitatiepartners. De eerste groep bestaat uit onderzoeksinstituten en universiteiten, die de technologie inbrengen. De tweede categorie wordt gevormd door industriële bedrijven, die de aangeleverde technologie gebruiken om er toepassingen mee te bouwen. De derde groep gaat de gerealiseerde producten na afloop van het project in de markt zetten. CMG is zowel een applicatie- als een exploitatiepartner.

 

In totaal zijn er dertien partijen uit drie landen bij MOOSE betrokken. Uit Finland komen Nokia, Solid, VTT en de Universiteit van Oulu. Datapixel, ESI, SQS en Team Arteche vertegenwoordigen Spanje. De Nederlandse tak bestaat behalve uit CMG, Océ en de TU Delft ook uit ASML en Philips. De laatste twee delen echter niet mee in de subsidie van Senter, omdat zij aparte afspraken hebben met EZ.

 

Interessante links:
* MOOSE-project

 


 

Related projects

MOOSE

MOOSE

ITEA Call 4

Software Engineering Methodologies for Embedded Systems